Hardinxveld Giessendam bombardement langs het spoor

Bombardementen op het station van Giessendam

Het is als bedrijf altijd goed om dicht op je werkgebied te zitten. Voor BeoBOM is dit zeker het geval! In 1945 heeft het maar weinig gescheeld of het kantoor waar BeoBOM nu gevestigd is, was toen, door de bombardementen, opgehouden te bestaan.

Spoorwegovergang

Op 29 januari 1945 wordt het (tot zover) grotendeels door oorlog ongeschonden Giessendam opgeschrikt door geallieerde jachtbommenwerpers. Acht Hawker Typhoons van No 257 Squadron van de Britse Royal Air Force vertonen zich boven het dorp. Zij hebben die dag de opdracht om de Baanhoekbrug over de Merwede te Sliedrecht te bombarderen. Door weersomstandigheden worden zij echter gedwongen uit te wijken naar een ander doelwit. Helaas voor Giessendam wordt dit doelwit de spoorwegovergang vlak naast het station aldaar, wat tevens ook druk bewoond gebied is. Vijftien bommen van 1.000lb worden afgeworpen op de spoorlijn en de omliggende huizen. Acht woningen worden compleet vernield, nog eens vijf worden later onbewoonbaar verklaard. In de wijde omgeving lopen circa 150  huizen lichtere schade op in de vorm van glas- en pannenschade. Zes inwoners van Giessendam vinden de dood bij het bombardement en er vallen ook enkele gewonden.

Spoorbruggetje

Slechts acht dagen later, op 6 februari 1945, doemen er weer jachtbommenwerpers op in de verte. Zij zijn van hetzelfde squadron die het bombardement op 29 januari 1945 uitvoerde. Ditmaal wordt het doelwit gevormd door het spoorbruggetje even ten oosten van het station, bijna exact dezelfde locatie als het doelwit van acht dagen eerder. Nog eens 13 bommen van 1.000 lb en twee bommen van 500 lb worden op het toch al geteisterde stationsgebied afgeworpen. Achttien woningen worden hierdoor totaal verwoest, tien anderen worden onbewoonbaar en wederom circa 150 huizen in de wijde omgeving lopen lichte schade op. Menselijke slachtoffers vallen er niet: wijselijk genoeg zijn de huizen in de omgeving van het station verlaten, uit de (zo bleek) terechte angst voor een herhaling van het eerste bombardement. Gelukkig voor Giessendam blijkt dit de laatste keer te zijn dat er bommen vallen op het dorp.

De omgeving van het station op een luchtfoto van 21 februari 1945. De diverse kraters in en rondom de spoorlijn zijn goed te zien (rood). Ook is duidelijk dat er een aantal huizen zijn beschadigd of zelfs volledig zijn weggevaagd (geel). Het gemeentehuis van Giessendam (blauw), thans kantoor van BeoBOM, bracht het er beter vanaf.

Archieven

Volgens de archiefstukken die zich bij BeoBOM in de collectie bevinden bedroeg de schade aan het gemeentehuis ruim fl.- 2800. Hierbij moesten toch vooral het glaswerk en het dak het ontgelden. Zelfs 42 gloeilampen waren door de drukgolf gesprongen! Op de luchtfoto is duidelijk te zien dat op slechts ongeveer vijftig meter afstand van het gebouw een bom is ingeslagen en ontploft, welke dus vermoedelijk de grootste aanstichter van de schade is geweest.

Van de twee bombardementen zijn niet alle bommen teruggevonden in de vorm van kraters of ruimingen na de oorlog. Daarom ligt het kantoor van BeoBOM vandaag de dag in een gebied verdacht op afwerpmunitie. Het gebouw mag dan tijdens de bombardementen grotendeels gespaard zijn gebleven, maar dat wil nog niet zeggen dat er geen bom tóch wat dichterbij is ingeslagen, en mogelijk nog ergens ligt te wachten om gevonden te worden. Over ‘dicht op je werkgebied zitten’ gesproken…